Wat moet en wat mag in het VSO?

Wat moet en wat mag in het VSO?

Onder de titel ‘Wat moet en wat mag in het vso’ is een boekje verschenen dat als aanvulling gezien moet worden op ‘Wat moet en wat mag in het nieuwe vmbo’. Het boekje over het vso gaat vooral in op de mogelijke samenwerking tussen vso en vmbo, symbiose-regelingen, examenmogelijkheden en keuzes die scholen voor vso en vmbo kunnen maken.

Kunnen vwo-scholen zelf beslissingen nemen over de inrichting van het onderwijs?
Welke vrijheid hebben vso-scholen, wat moet en wat mag? Hoe is de relatie tussen symbiose-school en vso-school als het gaat om de vakken en examinering? Welke keuzes kan een vso-school maken? Hier lees je de belangrijkste punten uit het pas verschenen boekje.

Onderwijsorganisatie

  • Het onderwijs aan een vso-school wordt verzorgd door leerkrachten die verbonden zijn aan die school. De vso-school moet zich aan de regels met betrekking tot onderwijsinhoud, schoolexamen en centraal examen van de VO-school houden.
  • Voor docenten die lesgeven aan een vso-school gelden andere bevoegdheidseisen dan voor docenten die lesgeven aan een VO-school. Alleen als het gaat om de afname van het examen op de vso-school door docenten van de vso-school kunnen er door de VO-school eisen worden gesteld wat betreft bekwaamheid en/of bevoegdheid.
  • Docenten van vso-scholen kunnen voor hun bekwaamheidsonderhoud gebruik maken van het bijscholingsaanbod van VO-scholen.
  • Scholen (VO en vso) kunnen gebruik maken van gastdocenten.

Keuzevakken
In principe bepaalt de VO-school welke keuzevakken er aangeboden worden. Hoe de toetsing van keuzevakken er uit ziet bepaalt de school. Keuzevakken worden met naam en cijfer vermeld op de cijferlijst van de leerling.

Een vso-school kan andere keuzevakken aanbieden dan de VO-school. Deze moeten echter wel zijn opgenomen in het PTA van de VO-school. Keuzevakken die alleen door de vso-school worden aangeboden vallen onder verantwoordelijkheid van de VO-school.

Een vso-school kan, in overleg met en onder verantwoordelijkheid van een VO-school, eigen beroepsgerichte keuzevakken ontwikkelen, deze moeten voldoen aan de landelijke eisen en vastgesteld worden door de adviescommissie. Goedgekeurde keuzevakken worden toegevoegd aan het landelijk aanbod.

Hoe zitten de examens in elkaar?

  • Het examen van vso-leerlingen mag over twee aaneengesloten leerjaren verspreid worden.
  • Vso-leerlingen sluiten hun beroepsgerichte vakken door deelname aan schoolexamens en het regulier CSPE van een vo-school. Profielvakken worden afgesloten met een CSPE, keuzevakken met een schoolexamen.
  • Schoolexamens kunnen op de vso-school, maar ook op de VO-school of op locatie (bijv. een stagebedrijf), worden afgenomen.

Op welke manieren kunnen de avo-examens afgenomen worden?

De avo-examens kunnen op verschillende manieren worden afgenomen:

  1. De vso-school mag zelf examen afnemen (dit geldt alleen voor de drie eerder genoemde scholen).
  2. De leerlingen doen als extraneus examen via de symbioseschool, voor zowel de beroepsgerichte programma’s als de avo-vakken.
  3. De leerlingen doen als extraneus mee met het beroepsgerichte examen van de vo-school en doen voor de avo-vakken staatsexamen.
  4. De leerlingen doen vavo-examen (alleen avo). Om aan een vavo-examen deel te kunnen nemen moet een leerling ten minste 16 jaar zijn. Vavo-examens worden afgenomen door ROC’s, niet door VO-scholen.

Op welke manieren kunnen de beroepsgerichte programma’s afgenomen worden?
Voor vso en vo-scholen gelden dezelfde regels rond onderwijs en examinering van beroepsgerichte programma’s. Beroepsgerichte programma’s kunnen alleen geëxamineerd worden als er een symbiose-overeenkomst is tussen een vso-school en een VO-school. (Met uitzondering van drie vso-scholen in Nederland die zelf beroepsgerichte examens af mogen nemen. Aan deze scholen wordt hier verder geen aandacht besteed.)

  • Het beroepsgerichte examen kan of volledig op de VO-school, of volledig op de vso-school, of in een combinatie van beide afgenomen worden. Als het CSPE wordt afgenomen op de vso-school moet hiervoor toestemming gevraagd worden aan de onderwijsinspectie.
  • Een leerling kan pas aan het CPSE deelnemen als hij zijn schoolexamens heeft afgerond. Haalt de leerling een onvoldoende voor zijn CSPE dan geldt dezelfde herkansingsregel als voor reguliere VO-leerlingen.
  • De leerling legt het beroepsgerichte examen af onder verantwoordelijkheid van de school waar hij als extraneus is ingeschreven. De vo-school kan de afname van het examen delegeren aan docenten van de vso-school, als deze docenten voldoende bekwaam zijn om het examen (SE en/of CPSE) af te nemen.

Hoe werkt de symbiose-overeenkomst?
Een symbiose-overeenkomst wordt afgesloten tussen een VO-school die licentie heeft voor het aanbieden van beroepsgerichte leerwegen, en een vso-school.

In de overeenkomst spreken scholen af dat een leerling van een vso-school examen doet onder verantwoordelijkheid van een VO-school.

Symbiose-leerlingen kunnen alleen examen doen in een profiel waarvoor de VO-school licentie heeft en waarin op de VO-school leerlingen zijn ingeschreven. Er kan wel een overgangsperiode worden ingebouwd, want de licentie vervalt pas als er drie jaar geen leerlingen op een profiel zijn ingeschreven.

Digitale uitgave: Wat moet en mag in het VSO?
Exemplaren van het boekje zijn te bestellen door een mailtje te sturen met naam, afleveradres en aantal aan info@vernieuwingvmbo.nl.

 

Jacobien Ubbink

Leermiddelenontwikkelaar met hart voor het onderwijs. Ruime ervaring als uitgever van educatieve materialen, zowel aan de conceptuele als aan de didactische kant. Sparringpartner voor docenten als het gaat om implementatie van innovatieve leermiddelen en het meten van groei. Plezier in moestuinieren en het lopen van lange afstanden.

0 reacties

Nog geen reacties

Reageer als eerste.

Reageer