Regeerakkoord en ons beroepsonderwijs

Regeerakkoord en ons beroepsonderwijs

Eindelijk was het dan zover. Rutte III presenteerde het regeerakkoord. Ambitieus, ambitieus, ambitieus en ambitieus riepen Buma, Pechthold, Rutte en Segers bijna in koor. De ambities stoomden uit de oren van de vier heren, die eindelijk na ruim een half jaar een akkoord hebben bereikt. Maar hoe ambitieus is dat regeerakkoord voor het beroepsonderwijs in Nederland nou eigenlijk?

Hoge ambities

Hieronder de belangrijkste punten uit dat akkoord. De ambities zijn hoog, maar vaak vind ik acties nog weinig concreet. ‘Proefballonnen-kabinet’ hoorde ik gisteren iemand zeggen. Daar lijkt het wel op, maar misschien verrast met name de nieuwe Minister van Onderwijs ons met haar of zijn team de komende maanden. Onderwijs, en vooral beroepsonderwijs, is de motor van een goed draaiende economie. Onderwijs moet daarom extra goed aandacht blijven krijgen.

Acties beroepsonderwijs nieuw kabinet

Het regeerakkoord bevat in totaal 65 pagina’s aan voorgenomen acties. Iets meer dan slechts vier pagina’s gaan over Onderwijs en onderzoek. 61 acties zijn geformuleerd. Het hoofdstuk begint met:

Goed onderwijs brengt het beste in mensen naar boven, voorkomt en verkleint achterstanden en helpt talenten zich optimaal te ontwikkelen. Goed onderwijs legt de basis voor een gezonde en succesvolle samenleving. We blijven daarom investeren in het verder verbeteren van ons onderwijs en onderzoek. En in de mensen die erin werken. We geven hen ruimte en verantwoordelijkheid. De voornaamste ambities van dit kabinet liggen in de bestrijding van kansenongelijkheid en de stimulering van talent, goede docenten met een sterke positie, toponderzoek en krachtig beroepsonderwijs.

In dit artikel heb ik de meest belangrijke en opvallende acties verzameld voor het beroepsonderwijs. Natuurlijk kon ik het niet laten om mijn persoonlijk gevoel bij bepaalde acties op te nemen. Reageer alsjeblieft daarop als je een andere of misschien beter beargumenteerde mening hebt.

Kansen en talenten

  • Samen met onderwijzers, leerlingen, ouders, het vervolgonderwijs en het beroepenveld wordt de afgesproken herziening van het onderwijscurriculum doorgezet. Deze wordt in 2019 wettelijk verankerd. Hiermee wordt het funderend onderwijs voor vakken als Nederlands, rekenen en wiskunde meer toekomstbestendig gemaakt en komt er meer aandacht voor digitale geletterdheid en praktische vaardigheden. Ook worden de kerndoelen aangescherpt voor techniek, burgerschap en seksuele diversiteit.
  • Het kabinet zet de ingezette systematiek van passend onderwijs voort. Wel onderzoeken we op welke wijze het leerrecht van kinderen wettelijk kan worden vastgelegd. Ook zal het kabinet, mede met het oog op leerlingen met een ernstig meervoudige handicap, bezien hoe de zorg voor leerlingen binnen een beperkt aantal onderwijsinstellingen met complexere casuïstiek direct uit de middelen voor zorg in onderwijstijd kan worden gefinancierd. De zorg thuis dient daarbij adequaat te blijven. Om ervoor te zorgen dat middelen voor passend onderwijs ook echt in de klas terecht komen, komt er onafhankelijk toezicht op de samenwerkingsverbanden.
  • Om jongeren in staat te stellen een bijdrage te leveren aan onze samenleving wordt de mogelijkheid van een maatschappelijke diensttijd ingevoerd (van maximaal 6 maanden). Deze dienst kan tegen bescheiden vergoeding vrijwillig worden ingevuld door jongeren. Samen met maatschappelijke organisaties, gemeenten en provincies wordt deze maatschappelijke diensttijd opgezet. Maatschappelijke organisaties kunnen ieder jaar bij mede-overheden projecten voorstellen die voor deze diensttijd in aanmerking komen. Belangrijk aandachtspunt hierbij is het zoveel mogelijk ontzorgen van deelnemende organisaties. Voor de maatschappelijke diensttijd is budget beschikbaar dat oploopt tot 100 miljoen euro per jaar.

Opmerking: Uitstekend initiatief en belangrijk dat jonge mensen zich realiseren dat een baan krijgen en geld verdienen slechts twee van de belangrijke zaken in het leven zijn. Waarde toevoegen aan de maatschappij op micro- en macroniveau, met respect omgaan met naasten en anderen, en investeren in zaken die los van inkomen staan zijn net zo belangrijk.

  • Het vervullen van de maatschappelijke dienst geeft een diplomasupplement als getuigschrift van maatschappelijke betrokkenheid. Bij een sollicitatie naar een functie bij de overheid geldt het diplomasupplement als een pré. Met het bedrijfsleven worden afspraken gemaakt om hetzelfde te doen.

Opmerking: Er moet geen dwang en plicht op worden gelegd. Het gaat vooral om de intentie van jongeren die van binnenuit moet komen. Leren jezelf op een positieve wijze persoonlijk te profileren. Ik geloof daarom ook in het nieuwe keuzedeel Persoonlijk profileren binnen het mbo. Dit keuzedeel zou standaard bij aanvang van elke beroepsopleiding door studenten doorlopen moeten worden. Van bewustwording naar bewustzijn dat je je talenten niet alleen beroepsmatig maar ook sociaal en maatschappelijk kunt inzetten.

  • Het kabinet zal bezien hoe een meer verplichtende variant van de maatschappelijke diensttijd een rol kan spelen in de verlengde kwalificatieplicht.
  • Het kabinet heeft het voornemen de kwalificatieplicht te verhogen naar 21 jaar. Er worden pilots uitgevoerd in de grote steden.

Opmerking: Hoe wordt dat gefinancierd? Daarnaast zouden dit toch vooral BBL-achtige trajecten moeten worden. Deze categorie studenten zijn doeners en geen ‘schoolzitters’.

Ruimte, vertrouwen en verantwoording

  • Leerlingen, ouders en leraren willen dat onderwijsmiddelen optimaal bijdragen aan de kwaliteit van onderwijs. Het kabinet vraagt daarom de Onderwijsraad en de Algemene Rekenkamer te adviseren of de definitie van een doelmatige besteding van onderwijsmiddelen scherper kan worden geformuleerd. Dit zou de werking van de lumpsum kunnen verbeteren, en tegelijkertijd excessen kunnen voorkomen. Om er bovendien voor te zorgen dat extra geld gebruikt wordt waarvoor het bedoeld is, houdt het kabinet het primair- en voortgezet onderwijs aan bestuurlijke afspraken.

Opmerking: Het zou mooi zijn als ook educatieve uitgeverijen worden betrokken in deze discussie. Heel veel besparing voor ouders en scholen kan worden gehaald uit het efficiënter inrichten van de distributieketen als het gaat om de aanschaf van leermiddelen. Daar lekt heel veel geld weg.

  • Het toezicht is vernieuwd. De inspectie toetst in de toekomst niet alleen op de deugdelijkheidseisen maar stimuleert ook dat scholen zich continu verbeteren. Dit komt tot uitdrukking in de waardering ‘goed’ of het toekennen van het predicaat ‘excellent’. Daarbij krijgt de onderwijsinspectie een discretionaire bevoegdheid om bij de beoordeling van scholen meer rekening te houden met de eventuele aanwezigheid van bovenmatig veel zorgleerlingen. Dit doet meer recht aan scholen die zich extra inspannen voor passend onderwijs.

Opmerking: Continu verbeteren? Goed is goed genoeg toch? Laten ze dat vooral continueren.

  • Er is een zorg dat het voor scholen mogelijk is om de burgerschapsopdracht niet uit te voeren zoals die bedoeld is. De burgerschapsopdracht in de wet wordt daartoe verduidelijkt, zodat de inspectie daar scherper op kan toetsen en handhaven. Het doel is en blijft dat een school in al haar uitingen handelt in lijn met de democratische rechtstaat.

Opmerking: Deze actie komt later nog een keer langs. Mijn advies zou zijn: voer het vak Burgerschap verplicht in voor 1 lesuur per week in het beroepsonderwijs en toets dat studenten dit daadwerkelijk voldoende hebben gevolgd.

  • De cascadebekostiging in het mbo wordt (budgetneutraal) afgeschaft wanneer nieuwe kwaliteitsafspraken zijn gemaakt, onder andere om het aantal Beroeps-Begeleidende-Leerweg-plaatsen te laten toenemen.

Een sterke docent

  • We differentiëren in de lerarenopleidingen. Er komen specialisaties die zich richten op jongere en oudere (tot en met de onderbouw in het vmbo) kinderen en op vakgericht lesgeven in het beroepsonderwijs. Het beroep van onderwijzer wordt hierdoor aantrekkelijker, zowel voor mannen als voor vrouwen.

Opmerking: Het mbo wordt gezien als belangrijk scharnier in onze economische ontwikkeling als land. Waarom wordt er niet explicieter ingezet (lees geïnvesteerd) op het opleiden van docenten voor het mbo? Dat is toch echt wat anders dan lesgeven binnen het voortgezet onderwijs.

  • Om het lerarenregister tot een succes te maken moet het straks van, voor en door de docent zijn. Dit zal voor het kabinet een harde voorwaarde zijn in de verdere uitwerking. Dit biedt een kans om de beroepsgroep te versterken en bekwaamheid mee te laten tellen. Lesontwikkeling, intervisie en evaluatie van lessen krijgen ook erkenning in het lerarenregister. Dat draagt bij aan de kwaliteit van onderwijs.

Krachtig beroepsonderwijs

  • We stellen structureel 100 miljoen euro per jaar beschikbaar voor een dekkend aanbod en versterking van de kwaliteit van het techniekonderwijs op het vmbo.

Opmerking: Dat is een mooi bedrag, maar bij lange na niet genoeg natuurlijk. Er zou ook stevig geïnvesteerd moeten worden in het primair onderwijs om het imago en de kansen die Techniek bieden nog veel beter onder de aandacht te brengen. Techniek is hip en sexy en heeft volop de toekomst en is al lang geen mannenberoep meer natuurlijk. Verderop krijgt ook het HBO extra geld voor Techniek. Waarom wordt er niet ook extra geïnvesteerd in techniekonderwijs mbo?

  • We willen het succes van beroepsopgeleide jongeren vergroten door afspraken te maken om de overgang van vmbo naar mbo en van mbo naar hbo te verbeteren en om de mogelijkheid voor leerlingen te scheppen om niveau 1 of 2 binnen het vmbo af te ronden.
  • Praktijkonderwijs is een afzonderlijke en volwaardige schoolsoort. Dit wordt tot uitdrukking gebracht doordat steeds meer leerlingen na afronding een tastbaar bewijs krijgen van hetgeen ze hebben geleerd. Samenwerking met het mbo wordt gestimuleerd om te bevorderen dat meer leerlingen uit het praktijkonderwijs doorstromen naar het mbo en de arbeidsmarkt.
  • Mbo-instellingen krijgen de mogelijkheid om aan studenten die aan een entree- of niveau 2-opleiding niet hun diploma halen, een vakcertificaat uit te reiken dat laat zien wat een student heeft geleerd. Studenten die een vakcertificaat hebben ontvangen, moeten op een later moment de gelegenheid hebben om alsnog een diploma te behalen. Instellingen dienen diplomagericht onderwijs te blijven verzorgen en ontvangen voor het uitreiken van een vakcertificaat daarom geen diplomabekostiging. Na vier jaar vindt een evaluatie plaats en wordt over voortzetting besloten.

Opmerking: Wat ik hier mis is het kans bieden aan een brede niveau 2 opleiding. Veel roc’s experimenteren daarmee op dit moment, maar met uitzondering van de kwalificatie Servicemedewerker, is er nog geen wettelijke status. Breed niveau 2 biedt de student de kans om eerst brede beroepsvaardigheden en houdingsaspecten onder de knie te krijgen en pas daarna specifieker voor een beroep te kiezen. Wie weet nu op zijn of haar 16e welk beroep moet worden gekozen? Het woord beroep is eigenlijk een verkeerd woord. Beroepen veranderen en verdwijnen zo snel dat we moeten leren denken over type werkzaamheden, waarbij vaardigheden en de juiste houdingsaspecten een nadrukkelijker rol spelen. Die bepalen met name het succes van de student op de arbeidsmarkt nu en straks.

  • In het mbo worden de eisen aan het regionaal arbeidsmarktperspectief aangescherpt en wordt meegenomen of een opleiding voldoende aansluit op het beroepenveld. Daarnaast wordt de macrodoelmatigheid van bestaande opleidingen in het hoger onderwijs getoetst. Er komen instrumenten om in te grijpen bij opleidingen die studenten onvoldoende voorbereiden op de arbeidsmarkt.
  • We hechten aan meer aandacht voor de uitvoering van de burgerschapsopdracht in het mbo.

Opmerking: Zie mijn opmerkingen eerder maar maak Burgerschap dus gewoon een verplicht, toetsbaar, onderdeel van elke beroepsopleiding.

  • Het kabinet onderzoekt samen met het onderwijs hoe de huidige beperkende werking van de kwalificatiedossiers voor innovatie en regionale invulling van het onderwijsprogramma van mbo-opleidingen verbeterd kan worden en de lastendruk verminderd. Hierbij wordt ook de mogelijkheid onderzocht van een vorm van opleidingsaccreditatie.

Opmerking: Dit begrijp ik niet. Daarvoor is toch het fenomeen keuzedelen bedacht binnen de vorig jaar gestarte Herziene Kwalificatiestructuur mbo? Die voldoen niet? Laten we nou eerst eens kijken hoe de komende drie jaar de keuzedelen zich ontwikkelen. De invoering van keuzedelen is de grootste onderwijsinnovatie van de afgelopen 25 jaar in het mbo, maar geef het een eerlijke kans.

Bron foto: Tweede Kamer der Staten-Generaal

Rob van der Ploeg

Netwerker, creatief denker en enthousiast over alles wat met beroepsonderwijs te maken heeft. Wil aantrekkelijke leermiddelen maken zodat leerlingen en studenten dagelijks met plezier kunnen leren. In de afgelopen bijna 20 jaar deed hij dit als uitgever en uitgeefmanager. Nu houdt hij zich bezig met de strategie en productinnovatie van Edu’Actief.

0 reacties

Nog geen reacties

Reageer als eerste.

Reageer