Zo pas je 21st century skills toe in lesmateriaal

Zo pas je 21st century skills toe in lesmateriaal

Iedereen heeft het erover: 21st century skills. Maar wat moet je ermee in de klas? Een jaar geleden schreef ik er hier al over. Met name over de mogelijkheden die eduScrummen biedt. Deze aanpak biedt volop aangrijpingspunten. Ik ben er nog steeds enthousiast over. Toegegeven, er komt wel het nodige bij kijken. Maar wat als je klein wilt beginnen, wat dichterbij huis wilt blijven? Een paar tips.

Waar gaat het allemaal om?

21st century skills zijn vakoverstijgende vaardigheden die nodig zijn om te kunnen voldoen aan de eisen van deze tijd. Er zijn intussen verschillende modellen van deze skills in omloop. Kennisnet en SLO hebben onlangs een nieuwe versie van hún model uitgebracht waarin ze vooral de skill ‘digitale geletterdheid’ verder hebben uitgewerkt. Denk overigens niet dat het alleen om ICT-gerelateerde dingen gaat. SLO is nu bezig de skills voor po en vo in meer concrete leerdoelen uit te werken en onderhoudt hier ook contact over met educatieve uitgevers. Waar iedereen het wel zo’n beetje over eens is, is dat we geen methode 21st century skills moeten gaan maken. Daar zit niemand op te wachten. Het gaat tenslotte om vakoverstijgende vaardigheden die moeten worden ingezet en geoefend bij het verwerven van de reguliere vakinhouden en –vakvaardigheden. Kortom: de 21st skills zijn van ons allemaal.

21st-century-skills-kennisnetBloom en RTTI

Heb je een methode die goed gebruikmaakt van de taxonomie van Bloom of RTTI dan ben je al een eind op weg. De hogere denkvaardigheden als kritisch denken, creativiteit, probleem oplossen hebben in deze taxonomieën een eigen plaats. Waar merk je dat aan? Als er genoeg casussen of zelfs projecten in je methode zitten, je geregeld en gevarieerd in groepjes werkt, je studenten zelf dingen laat uitzoeken dan werk je al aan deze 21st century manieren van denken en werken.

Beoordelingsformulieren

Eraan werken is één, de ontwikkeling van je studenten zichtbaar maken is twee. Dat kun je doen door bij daarvoor geschikte opdrachten specifiek op de skills te beoordelen. Je kunt opdrachten er natuurlijk ook geschikt voor maken. Wijs je studenten er in ieder geval vooraf op dat je ze op een aantal van deze skills gaat beoordelen. Maak je criteria ook bekend. Het mooiste is om ze per skill op te nemen in beoordelingsformulieren. Dat geeft houvast en meer objectiviteit. Je kunt ze zelf maken of je laten inspireren. Kijk bijvoorbeeld eens in bijlage 1 van het rapport Natuurlijk leren in beeld van de Wetenschapswinkel van UR Wageningen dat in februari van dit jaar verscheen. Je vindt daar mooie sets criteria waaraan je veel bruikbaars kunt ontlenen. Ook Edu’Actief werkt overigens voor precies dit doel aan een set beoordelingsformulieren.

Checklist 21st century skills

Daarnaast is het handig een checklist te maken waarmee je je methode of je manier van werken kunt beoordelen op aandacht voor 21st century skills. Ik doe hier een voorzetje, eenvoudig uit te breiden of aan te passen:

  1. Zijn de hogere denkvaardigheden goed verankerd in de leerdoelen van mijn leermiddel? Denk ook aan de aanwezigheid van uitdagende opdrachten (casussen) waarin studenten zelf een probleem moeten oplossen, zaken van verschillende kanten moeten bekijken.
  2. Zit er genoeg groepswerk in mijn leermiddel waarin de rollen goed verdeeld zijn? Maken ze daarbij ook gebruik van sociale media en/of samenwerktools?
  3. Zijn er genoeg opdrachten waarin mijn studenten moeten rapporteren en presenteren?
  4. Heeft mijn lesmateriaal aandacht voor metacognitieve vaardigheden? Denk aan: oriënteren, plannen, zelf vragen stellen, monitoren en bijstellen, evalueren en reflecteren.
  5. Houdt mijn leermiddel waar nuttig en nodig rekening met en/of stelt vragen over diversiteit, bijvoorbeeld in cultuur, religie, geaardheid, talent, intelligentie, temperament, gender, politieke denkbeelden, interesses?
  6. Moeten mijn studenten zelf informatie verzamelen, beoordelen en digitaal verwerken? Denk aan onderzoek doen (deskresearch), mindmapping, enquêtes afnemen en analyseren (bijvoorbeeld met Google forms), presentaties verzorgen, verslagen maken.

Duidelijk

Alle aandacht voor de 21st century skills maakt in ieder geval één ding duidelijk: we moeten ons onderwijs en onze leermiddelen verder gaan verrijken met uitdagende opdrachten die op verschillende manieren kunnen worden uitgevoerd. We moeten daarbij ruimte geven aan de inventiviteit van onze studenten en ze gebruik laten maken van online en offline communicatiemiddelen. Niks mis mee, lijkt me. Gewoon goed onderwijs.

Dit artikel is onderdeel van de special Zelf lesmateriaal ontwikkelen

Jan Westenbroek

Jan Westenbroek was jarenlang docent Nederlands in het mbo, decaan en adjunct-directeur, auteur van een drietal methodes voor het mbo en bijna 15 jaar actief als educatief uitgever. Tegenwoordig houdt hij zich bezig met de ontwikkeling van arrangementen en on- en offline methodeconcepten en ondersteunt hij uitgevers en directie van Edu'Actief met onderwijskundig advies.

2 reacties

  1. Rudolph Regter april 26, at 12:19

    Dank je wel voor dit artikel, gaat me goed helpen en zal ik verder gaan gebruiken, het grappige is dat de scrum methode ruim geimplementeerd aan het worden is in het bedrijfsleven en dus zeker studenten die in marketing willen gaan werken moeten dat als vaardigheid krijgen. Maar nu ook die aanpak in onderwijs inzetten is erg logisch. Zal je laten weten hoe dat gaat bij mijn klassen.

    Beantwoorden
  2. Ron Weerheijm april 27, at 15:52

    Goede start! Wel een belangrijk puntje om nog naar te kijken is de vraag wat je als resultaat verwacht bij het inzetten van deze 'vaardigheden'. Beide beoordelingsformulieren laten (vrijwel) in het midden wat je als resultaat verwacht als leerlingen/studenten deze vaardigheden inzetten in hun (project)werk. Bij Samenwerken ontbreekt bijvoorbeeld de vraag of ieder groepslid in staat het zijn/haar uitgevoerde taak te plaatsen in het geheel van de samenwerking, dus: wat heb ik moeten doen en wat leverde dat voor het geheel op? Als je je daar niet voor kunt verantwoorden, is het Samenwerken een vorm van gedrag ipv een vorm van resultaat- of doelbereiking. Het formulier over Informatievaardigheden doet dat aspect beter, maar m.i. hoort het woord 'goed' in de kolom criteria (Ïk kan 'goed' beoordelen of de bron bruikbaar is) niet thuis. Het oordeel gaat er juist over of iemand dat idd kan beoordelen en of de argumentatie voor dat (eigen) oordeel correct is.

    Beantwoorden

Reageer