Passend onderwijs: van willen naar kunnen

Passend onderwijs: van willen naar kunnen

Het is de laatste weken meerdere malen in het nieuws geweest: het passend onderwijs. Sinds een jaar is de Wet Passend onderwijs van kracht. In het kort komt het erop neer dat kinderen die extra aandacht nodig hebben toch naar een reguliere school kunnen. Het gaat dan bijvoorbeeld om kinderen met ADHD of diabetes. Het idee achter de wet is dat elke leerling een passende plek in het onderwijs krijgt. Het speciaal onderwijs blijft in de nieuwe situatie bestaan voor leerlingen die daar het beste op hun plaats zijn. Het klinkt goed, maar volgens Kinderombudsman Marc Dullaert ziet het er in de praktijk minder florissant uit. “De belofte van het passend onderwijs wordt niet waargemaakt,” zo stelt hij op nu.nl.

Probleem van scholen en overheid

Dullaert stelt in het artikel dat er nog steeds voor duizenden kinderen geen passende plek is gevonden. De reguliere scholen in het samenwerkingsverband geven aan de benodigde zorg voor de leerling niet te kunnen bieden en voor speciaal onderwijs komen ze niet aanmerking. Deze kinderen vallen tussen wal en schip en zitten noodgedwongen thuis. Het probleem ligt volgens de Kinderombudsman zowel bij de scholen als bij de overheid. ”Scholen bespreken de situatie van het kind en nemen de belangrijke beslissing of hij of zij wel of niet wordt toegelaten. Maar dat gebeurt soms alleen maar op basis van een dossier, of op basis van financiële belangen. Het kind en zijn ouders hebben ze nooit ontmoet.” Ook de strakke wetgeving van de overheid werkt niet mee. ”Voor sommige kinderen is het psychisch of medisch heel lastig om vijf dagen per week naar school te gaan, terwijl dat wel wettelijk verplicht is. In bepaalde gevallen zou van die wet afgeweken moeten worden.”

Staatssecretaris Dekker zegt in een reactie dat scholen dankzij de invoering van de wet juist meer mogelijkheden hebben om maatwerk te bieden. Volgens hem moeten we de wet de tijd geven zich in de praktijk te bewijzen.

Van willen naar kunnen

Al voor de invoering van de wet waren er protesten vanuit het onderwijs. De klassen waren al groot, de docenten hadden de handen al overvol. Extra leerlingen, laat staan extra individuele begeleiding in de klas zouden niet haalbaar zijn. En dat blijkt in de praktijk ook zo te zijn, als ik de docenten mag geloven die ik de afgelopen maanden hierover heb gesproken. Niet alleen de ‘zorgleerlingen’ komen aandacht te kort, maar ook de ‘gewone’ leerlingen krijgen minder aandacht. En de docent? Die probeert alle ballen in de lucht te houden en elke leerling het onderwijs te geven die het verdient. En daarnaast ook nog alle zorg die een leerling nodig heeft natuurlijk, want naast docent ben je ondertussen ook begeleider, opvoeder en zorgverlener.

Het verbaast mij ook niet dat voor veel leerlingen geen passende plek gevonden kan worden. Ik denk niet dat de reguliere scholen de leerlingen niet willen plaatsen. Ik denk dat ze echt het gevoel hebben dat ze het niet kunnen. Natuurlijk zullen financiën een rol spelen in het besluit een leerling wel of niet op school aan te nemen, maar ik denk dat directies en docenten van reguliere scholen ook steeds meer inzien dat plaatsing van een leerling die extra zorg nodig heeft in de huidige situatie voor niemand de beste optie is. De ‘zorgleerling’ kan niet de aandacht krijgen die het nodig heeft, de ‘gewone’ leerling moet voor hun gevoel aandacht inleveren en de toch al drukke docent heeft simpelweg geen tijd (en vaak ook niet de kennis en vaardigheden) om extra leerlingen in de klas op te nemen.

Ik denk daarom dat staatssecretaris Dekker daarom een iets te makkelijke reactie heeft gegeven op nu.nl. Ja, de inkt van de nieuwe wet is net droog en natuurlijk kost het tijd om het nieuwe beleid door te voeren. En ja, scholen zullen in de samenwerkingsverbanden beter met elkaar in gesprek moeten gaan om elke leerling toch een passende plek te bieden. Maar het feit dat er duizenden leerlingen al thuis zitten en verstokt zijn van onderwijs, zegt mij ook dat de huidige invoering en begeleiding niet voldoende is. Het beschikbaar stellen van extra budgetten die in de samenwerkingsverbanden verdeeld kunnen worden, is blijkbaar niet genoeg.  Er zou meer aandacht moeten zijn voor de praktische problemen ‘op de vloer’. Hoe kunnen docenten ondersteund worden? Wat hebben zij nodig om iedere leerling juist onderwijs te kunnen geven? Laten we samen zorgen dat scholen en docenten niet alleen willen doorvoeren, maar het vooral ook kunnen.

Ik ben erg benieuwd hoe jullie als docent hierover denken. Wat merk jij van de invoering van passend onderwijs? Welke informatie en ondersteuning zou jij graag ontvangen om passend onderwijs werkbaar te maken? Laat het weten in een reactie of mail me op b.visser@edu-actief.nl.

Baukje Visser

Inhoudelijke gesprekspartner voor scholen en andere organisaties wanneer het gaat om trends en vraagstukken binnen het VO beroepsgericht. Spart graag met partners over bijvoorbeeld de veranderende wettelijke kaders, het toekomstige leermiddelenlandschap en aansluiting vmbo-mbo. Heeft als missie dat iedereen weet hoe mooi en belangrijk het onderwijs op het vmbo is.

1 reactie

  1. Dineke Schouten mei 29, at 07:01

    Ik kan alleen bevestigend antwoorden uit mijn ervaring als docent, maar moet wel zeggen dat het vooral in mijn tijd als stagiair was, op een basisschool in Amsterdam Oud-Zuid, dat de klassen soms te vol waren. Het is een nationaal probleem, en ik hoop dat er een oplossing voor komt. Wij hadden gelukkig nog voldoende stagiairs die een handje konden helpen, maar niet iedere school heeft die luxe. Ben benieuwd naar andere ervaringen.. http://www.instituutschreuder.nl

    Beantwoorden

Reageer