Passend onderwijs in een notendop

Passend onderwijs in een notendop

Afgelopen week was de week van het passend onderwijs. Uit de vierde voortgangsrapportage over de Wet passend onderwijs die op 27 maart jl. naar de Eerste en Tweede Kamer is gestuurd, blijkt dat ouders en leraren zich niet genoeg geïnformeerd voelen over de veranderingen die de nieuwe wet met zich meebrengt. In een brief van onderwijsbond AOb aan staatsecretaris Dekker van OCW staat dat scholen nog niet klaar zijn voor de invoering van passend onderwijs. Geluiden uit het onderwijs waar zeker iets mee gedaan moet worden, aangezien de Wet passend onderwijs komend schooljaar al in moet gaan.

De Wet passend onderwijs
Vanaf augustus 2014 gaat de Wet passend onderwijs in. Scholen moeten dan voor elke leerling, ook voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben, een passende plek vinden. Wanneer een kind niet op een school  geplaatst kan worden, moet de school in overleg met de ouders op zoek naar een andere passende onderwijsplek. Dat kan op een andere reguliere school in de regio zijn of in het voortgezet speciaal onderwijs (vso). Hierbij wordt altijd gekeken naar wat de leerling nodig heeft en wat de leerling kan bereiken. De mogelijkheden per leerling worden vastgelegd in een Ontwikkelingsperspectiefplan (OPP).

[field name=iframe]

Om elk kind een passende onderwijsplek te bieden, moeten scholen gaan samenwerken in regionale samenwerkingsverbanden. Er bestaan ondertussen 152 van deze verbanden voor het primair en voortgezet onderwijs waarin regulier en speciaal onderwijs (cluster 3 en 4) samenwerken. Het samenwerkingsverband legt ten minste elke vier jaar de gemaakte afspraken vast in een ondersteuningsplan. Hierin beschrijven de schoolbesturen van het samenwerkingsverband welk niveau van basisondersteuning op elke school aanwezig is, hoe de samenwerking geregeld is en welke leerlingen in het VSO  geplaatst worden.

Van indicaties naar arrangementen
Met de komst van passend onderwijs is de tijd van indicaties voor ‘ rugzakjes’  of ‘vso’ voorbij. Wanneer een leerling extra ondersteuning nodig heeft, wordt dit geboden in de vorm van arrangementen. Een ‘rugzakje’  wordt een licht of medium arrangement. Het speciaal onderwijs een intensief arrangement. In het ondersteuningsplan van het samenwerkingsverband wordt aangegeven welke arrangementen en voorzieningen per school worden aangeboden. Ouders hoeven bij het ingaan van de nieuwe wet geen indicatie meer aan te vragen voor een rugzak of speciaal onderwijs. De school vraagt bij het samenwerkingsverband een arrangement aan voor de leerling.

Veranderende financiering Wet passend onderwijs
Elke school, ook (v)so-scholen, krijgt vanuit het Rijk de basisbekostiging per ingeschreven leerling. Aanvullend daarop is er een budget voor extra ondersteuning beschikbaar. Het geld dat beschikbaar is voor extra ondersteuning wordt straks evenredig over de samenwerkingsverbanden verdeeld. Welk bedrag een samenwerkingsverband krijgt, hangt af van het leerlingenaantal en niet van het aantal leerlingen dat extra ondersteuning nodig heeft. Het samenwerkingsverband verdeelt het beschikbare geld zelf over de scholen waar extra ondersteuning aan de leerling geboden wordt. Het bekostigingssysteem voor (v)so en de leerlinggebonden financiering (lgf) verdwijnen met de invoering van passend onderwijs.

Deze nieuwe financieringsstructuur wordt ‘verevening’  genoemd en wordt geleidelijk ingevoerd vanaf schooljaar 2015-2016. De nieuwe financieringsstructuur kan gevolgen hebben voor uw school. Staat uw school in een regio waar in vergelijking met de rest van het land meer leerlingen een indicatie hebben, dan gaat u er financieel op achteruit. Staat uw school in een regio waar in vergelijking minder leerlingen een indicatie hebben, dan gaat u er financieel op vooruit.

LWOO-trajecten en praktijkonderwijs
De invoering van de wet is eerst van toepassing op het reguliere en speciaal onderwijs. Het voornemen is om praktijkonderwijs (pro) en leerwegondersteunend onderwijs (lwoo) vanaf schooljaar 2015-2016 ook onder te brengen bij passend onderwijs. De samenwerkingsverbanden zullen de leerlingen dan volgens landelijke indicatiecriteria indiceren voor pro en lwoo. Ook het ondersteuningsbudget valt dan onder de verantwoordelijkheid van het samenwerkingsverband. Dit budget is gemaximeerd en wordt niet verevend.

Hoe krijg je grip op passend onderwijs?
Het doel van passend onderwijs is om extra ondersteuning zoveel mogelijk in de klas te laten plaatsvinden. Voor jou als docent houdt dit in dat de verschillen in de klas groter kunnen worden. Heb je nu al te maken met verschillende leerstijlen en intelligentieniveaus, daar zullen straks andere verschillen bijkomen. Geef als docent aan dat je betrokken wilt worden bij het opstellen van het schoolondersteuningsprofiel. In dit profiel wordt aangegeven welke ondersteuning jouw school aan welke leerlingen kan bieden. Er wordt onderscheid gemaakt tussen basis ondersteuning (ondersteuning lagere en hogere intelligentie, dyslexie en dyscalculie) en extra ondersteuning.

Er is geen vastgelegd maximum aantal leerlingen dat extra ondersteuning nodig heeft per klas. Bovendien kun je leerlingen hebben die geen arrangement, maar wel ondersteuning nodig hebben (denk aan LWOO-leerlingen). Het aantal leerlingen dat je in de klas hebt die vragen om extra ondersteuning, hangt af van keuzes die gemaakt worden in het samenwerkingsverband en van het ondersteuningsprofiel van de school.

Vormen van te bieden ondersteuning zijn bijvoorbeeld aangepast lesmateriaal, individuele begeleiding en les in kleine gespecialiseerde klassen. Soms is specialistische kennis nodig. Bij invoering van het passend onderwijs bepaalt het samenwerkingsverband of en wanneer er ambulante zorg wordt ingezet. Soms moet je als docent zelf de ondersteuning bieden. Er is bij de invoering van passend onderwijs is extra geld beschikbaar voor bij- en nascholing van docenten. Via de prestatiebox kunnen scholen investeren in professionalisering en bij- en nascholing van docenten. Verder kun je als docent gebruik maken van een lerarenbeurs. Deze beurs kun je gebruiken voor een bachelor- of masteropleiding.

Meer informatie over passend onderwijs:

Afbeelding: Jos Collignon

Baukje Visser

Inhoudelijke gesprekspartner voor scholen en andere organisaties wanneer het gaat om trends en vraagstukken binnen het VO beroepsgericht. Spart graag met partners over bijvoorbeeld de veranderende wettelijke kaders, het toekomstige leermiddelenlandschap en aansluiting vmbo-mbo. Heeft als missie dat iedereen weet hoe mooi en belangrijk het onderwijs op het vmbo is.

0 reacties

Nog geen reacties

Reageer als eerste.

Reageer