Mix & match multimedia in je lesmateriaal. 6 tips!

Mix & match multimedia in je lesmateriaal. 6 tips!

‘Hoor mij, lees mij, kijk mij!’ Terwijl ik dit schrijf, jengelt Facebook Messenger, knippert mijn mailbox en joelt er een groepsapp. Er is een niet-aflatend gevecht gaande om mijn aandacht. En niet alleen bij mij. Wat kun je als maker van lesmateriaal doen om de aandacht te trekken, te richten en vast te houden zodat de stof maximaal overkomt? De concurrentie is hevig. Kortom, wat kun je doen om die schaarse aandacht goed te managen? Welke mediamix kies je? Zes tips.

1. Maak goed gebruik van het geheugen

Van multimediale input leren we meer, omdat ons brein visuele en auditieve informatie parallel kan verwerken. Luisteren naar een spreker en tegelijk kijken naar zijn slides is bijvoorbeeld geen enkel probleem. Er is wel een voorwaarde aan verbonden: de twee informatiestromen moeten elkaar versterken, niet beconcurreren.

Zo werkt een luide, splijtende geluidstrack onder educatieve animatie vooral averechts. Je creëert een zwart gat dat alle aandacht opslurpt. Een overvolle slide die je als presentator met veel tekst begeleidt (of erger nog: voorleest) werkt ook niet. Behalve dat de twee informatiestromen elkaar beconcurreren, wordt er in het laatste geval ook nog eens te veel informatie tegelijk aangeboden. Ons werkgeheugen trekt dat niet. We spreken dan van cognitieve overbelasting (overload) of zoals een collega het ooit formuleerde: ‘Je krijgt je hersens er niet omheen.’

2. Beperk je tot need-to-know

Een andere vorm van overbelasting ontstaat wanneer je informatie aanbiedt, die niet per se relevant is. Je studenten kunnen dat slecht beoordelen, zeker als de stof voor hen helemaal nieuw is. We spreken dan van redundacy. Tussenzinnetjes, nietszeggende bijschriften, geluid, uitstapjes, versierende beeldelementen: het zijn stuk voor stuk aandachtslurpers. Aandacht die je studenten maar één keer kunnen uitgeven. Wees er dus zuinig op. Beperk je tot need-to-know.

3. Stem de mediamix af op de leersituatie

Welke combinatie van tekst, beeld en geluid je kiest, is afhankelijk van de leersituatie. Beeld geeft overzicht en samenhang, gesproken of geschreven tekst zorgt voor de precisie, voor focus. Probeer het maar eens uit. Op de korte termijn geeft gesproken tekst met beeld het beste resultaat. Je geeft voor de groep uitleg, doet voor en verduidelijkt je verhaal met schema’s, figuren, foto’s, tekeningen. Helemaal goed. Maar op de lange termijn geeft geschreven tekst met beeld het beste resultaat. Juist de combinatie van les en multimediaal lesmateriaal kan zo bezien dus erg krachtig zijn: eerste aanbod en verwerking doe je in de les, verdere verankering gebeurt via zelfstandige oefening met behulp van het lesmateriaal.

4. Kies het juiste type beeld

Beeld dat nodig is om de tekst te begrijpen geeft het krachtigste effect, helemaal als het op zichzelf al een verhaal vertelt. Onderzoek van Carney & Levin (2002) laat zien dat dit soort interpretatieplaatjes veel waarde toevoegt. Ook het onderzoek van Richard Mayer wijst in die richting. Daarnaast scoort het beeld als geheugensteuntje erg hoog. Aap, noot, mies heeft het niet voor niets zo lang uitgehouden in ons onderwijs. Duidelijk is in ieder geval dat overbodige plaatjes als afleiders werken en een negatief effect op het leren hebben.

5. Houd rekening met voorkennis

Hoe minder voorkennis je studenten hebben hoe groter het effect van beeld is. Maar ook: hoe eenvoudiger het beeld moet zijn. Je studenten beschikken immers over weinig tot geen informatie die kan nuanceren of relativeren. Noch kunnen ze beoordelen welke informatie relevant is. Beperk je daarom tot het hoogst nodige. Kies bij voorkeur voor een animatie of een illustratie. Die heb je helemaal in de hand. Kan dat niet, richt dan de aandacht met behulp van pijlen of cirkels op de belangrijke elementen van het beeld.

6. Houd tekst en beeld bij elkaar

Houd tekst en beeld bij elkaar. Dit heet het nabijheidsprincipe (Mayer 2001). Wanneer tekst en beeld te ver van elkaar af staan, moet de student zelf de relatie daartussen leggen. Dat kost aandacht en energie. In de praktijk blijkt dat te veel gevraagd of leidt het tot verkeerde interpretaties. Daarom is het ook van belang dat je ieder beeld voorziet van een versterkend bijschrift. Dat verrijkt de informatie en waarborgt tegelijkertijd de juiste interpretatie.

Verder onderzoek
Ook in Nederland wordt onderzoek gedaan naar het effect van multimediale leerbronnen. Zo hebben Liesbeth Kester en Jeroen Merriënboer een goed overzichtsartikel geschreven in opdracht van Kennisnet. Je vindt bij hen ook een vracht aan literatuur, mocht je meer willen weten. Zeker is dat met de komst van smartphones en tablets multimedia een wezenlijk deel uitmaken van ons educatieve aanbod. Zaak is dat we er ook effectief mee omgaan.

Jan Westenbroek

Jan Westenbroek was jarenlang docent Nederlands in het mbo, decaan en adjunct-directeur, auteur van een drietal methodes voor het mbo en bijna 15 jaar actief als educatief uitgever. Tegenwoordig houdt hij zich bezig met de ontwikkeling van arrangementen en on- en offline methodeconcepten en ondersteunt hij uitgevers en directie van Edu'Actief met onderwijskundig advies.

0 reacties

Nog geen reacties

Reageer als eerste.

Reageer