Kijk eens in de poppetjes van m’n ogen

Kijk eens in de poppetjes van m’n ogen

Hoe moeilijk kunnen we het onderwijs maken. Het lijkt allemaal tamelijk eenvoudig: je studeert wat, je studeert af en je denkt:  ‘Weet je wat: ik ga les geven!’ Vervolgens studeer je weer wat, loop je wat stages en … je mag doceren. Of je studeert in een vak wat je goed ligt, je doet een lerarenopleiding en … je mag lesgeven. Of je hebt een mooi beroep en je denkt: ‘Ik heb zoveel kennis. Zou het niet leuk zijn om dit eens op een andere manier dan gebruikelijk in het bedrijfsleven over te dragen? Dus je gaat een lerarenopleiding volgen en … staat vervolgens voor de klas.

Allemaal helemaal fantastisch! Gaandeweg het uitoefenen van je ‘nieuwe’ beroep begint het te kriebelen.  Wat maakt nu het onderscheid; welke docent is goed? En wie vinden mijn leerlingen een goede docent? Je wordt een beetje onzeker.  Moet ik nu meer gaan investeren in mijn vak of meer in mijn instrumentarium? Kan ik dit aan een collega vragen? Beetje vreemd ….. zo van: ‘Denk jij dat ik een goede docent ben? Of vindt de vakgroep mij een goede docent?’

Wat is dat eigenlijk een goede docent? Ik weet genoeg van m’n vak, maar is dat het nu? De directie heeft mijn lessen bekeken en goed bevonden. Natuurlijk wel een beetje meer van dit en een beetje minder van dat maar …… toch…….. ik weet het niet.  t’ Kriebelt.

Ik weet wat ik een goede docent vond, vroeger.  Maar dat ben ik niet.

Leerlingen groeten me als ik door de aula loop. Sommigen komen naar me toe en willen me de hand schudden. Ik zie in de ogen van sommige leerlingen dat het niet helemaal lekker gaat. We vragen aan elkaar: ‘Alles goed?’ ‘Ja, alles oké!’ Soms zie je dat dat antwoord niet helemaal klopt en vraag je door: ‘Alles goed thuis?’ ‘Ja’. Maar ik hoor een aarzeling…. ‘Kom straks even bij me langs.’ ‘Ja, is goed.’

Vaak komt zo’n leerling helemaal niet. Soms komen ze wel en dan krijg je vaak droevige verhalen.

En dan … hoort dit nu bij een goede docent?  Ik weet het niet. Wat ik wel weet is dat deze leerling het prettig gevonden heeft om een gesprek te kunnen hebben.

Aan het begin van mijn les sta ik bij de deur en geef al m’n leerlingen een hand en we kijken elkaar in de ogen. Allemaal?  Ja allemaal. (Sommige collega’s vinden dit overdreven.) Waarom? Het voelt goed! En, ik heb met iedere leerling contact!  De eerste slag van deze les heb ik binnen.

Maar is dat niet geitenharensokken? Geen idee! De leerlingen vinden het uitstekend! Als ik een keer geen tijd heb om bij de deur te staan,  komen ze zelf naar me toe om een hand te geven. En om elkaar even in de ogen te kijken. Ze voelen zich gezien! En ik voel me een klein beetje een goede docent!

Hier moet meer van zijn.

Koos Schadee

Docent consumptief aan het Trajectum college Utrecht. Lesgeven van kaft tot kaft is niks voor mij. De wereld is de motor die richting geeft aan mijn lessen. Mijn onderwijs moet 99 % vergelijkbaar zijn met de omgeving. Mijn leerlingen? Je moet van ze houden om ze te snappen. Onderwijs? Een middel om jonge mensen een plaats bieden om hun persoonlijkheid te ontwikkelen. Pedagogiek? Een spiegeltent waar veel rust en vertrouwen de weg aangeven.

0 reacties

Nog geen reacties

Reageer als eerste.

Reageer