Beroepsonderwijs in Suriname: vernieuwing en verwarring

Beroepsonderwijs in Suriname: vernieuwing en verwarring

14 juli jl. werd Michael Ashwin Adhin, nog maar kort minister van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (MinowC), gekozen tot vicepresident van de Republiek Suriname. In de zomer van 2013 volgde hij Shirley Sitaldin op die om ‘persoonlijke redenen’ vertrok uit het kabinet van Bouterse. Zij was sinds begin mei 2012 alweer de 30e minister (!) op deze post als opvolger van Raymond Sapoen. Onder haar bewind startte Suriname in oktober met de hervorming van het lager beroepsonderwijs (LBO). Hard nodig omdat het LBO in Suriname nogal ingewikkeld in elkaar zit en de aansluiting van het onderwijs op het bedrijfsleven al heel lang zachtjes gezegd een punt van discussie is. Andere heikele punten vormden de professionalisering van de leerkrachten en schoolleiders en de beschikbaarheid van voldoende (leer)middelen, met name in de moeilijker te bereiken delen van Suriname.

Prachtkans

Op uitnodiging van Shirley Sitaldin reisde ik in november 2012 met twee collega’s naar Paramaribo. Ons doel was tweeledig: voorbereidingen treffen voor de aanpassing van onze leermiddelen aan de Surinaamse situatie en uitvoeren van een train-de-trainersprogramma rond didactiek en pedagogiek voor schoolleiders en leerkrachten die met de aangepaste leermiddelen zouden gaan werken. Een mooie klus en een prachtkans om van dichtbij een steentje bij te dragen aan beter onderwijs in Suriname.

Voor we het wisten, zaten we bij de minister en haar staf aan tafel. Wat waren de plannen met het LBO? Wat vonden wij daarvan? Hoe konden we ons trainingsprogramma het beste inrichten om alle 51 LBO-scholen in het land te bereiken? Wie konden we inschakelen om de leermiddelen inhoudelijk aan te passen aan de Surinaamse situatie? Allemaal punten die we vrij met Sitaldin en haar mensen konden bespreken.

Plaatje

Uiteindelijk kwam het volgende plaatje eruit: de huidige vijf vormen van LBO (Elementair Beroepsonderwijs, Eenvoudige Technische School, Lager Beroepsgericht Onderwijs, Lager Technisch Onderwijs en Lager Huishoud- en Nijverheidsonderwijs) worden omgevormd tot één LBO-opleiding waarbinnen onderscheid wordt gemaakt tussen een A-, B- en C-niveau. Niveau A betreft uitvoering van routinewerk onder begeleiding, niveau B idem maar dan zelfstandig en niveau C staat voor algemeen theoretisch en beroepsgericht gevormd, waarbij het lagere niveau geeft toegang tot de eerstvolgende niveau. Het C-niveau ten slotte geeft toegang tot het mbo-dagonderwijs.

Binnen het LBO wordt er een onderscheid gemaakt tussen technische en dienstverlenende studierichtingen. In schema:

LBO Technisch LBO Dienstverlenend
Agrarische productie Handel en Administratie
Bouwkunde Zorg & Welzijn
Schildertechniek Horeca
Elektrotechniek Facilitaire Dienstverlening
Gas Water Sanitair Mode, (Creatie) en Commercie
Voertuigentechniek
Werktuigbouwkunde

Wij zouden een begin maken met de training van de eerste schoolleiders en leerkrachten die op hun scholen zouden gaan zorgen voor de opleiding van hun collega’s. De minister zou zich hard maken voor verdere investeringen in mensen en middelen, waaronder ook meer aandacht voor ICT. Ze dacht ook aan verdere begeleiding door ons bij de invoering van de nieuwe leermiddelen.

Wisselingen van de wacht

De aangepaste leermiddelen zijn er gekomen. Voor zover ik weet, worden ze ook gebruikt. Maar van verdere begeleiding is het niet meer gekomen. Sitaldin nam vrij kort na ons bezoek ontslag. Adhin trad aan. Haar staf werd vervangen. Januari 2014 werd een nieuw en grootscheeps programma gestart met een nieuwe partij: de Vlaamse Vereniging voor Ontwikkelingssamenwerking en technische Bijstand (VVOB). Het kreeg de naam Progress-ing LBO, het Programma Effectievere Scholen in het Surinaamse Lager Beroepsonderwijs. Het is erop gericht de benodigde capaciteiten van stakeholders rond het LBO te ontwikkelen, inclusief het afnemend bedrijfsleven. Dit soort operaties kosten tijd, veel tijd (en geld). Het zal dus nog wel even duren voordat er concrete resultaten op de werkvloer merkbaar zullen zijn.

Continuïteit

‘Ons’ LBO-plaatje is intussen vrijwel ongewijzigd gebleven, heb ik begrepen. Binnenkort zal ook Adhin wel worden opgevolgd. De vraag is wat zijn opvolger voor het LBO in petto heeft. Zal hij of zij zorgen voor continuïteit? Worden er snel genoeg concrete resultaten geboekt die ook op de werkvloer worden opgemerkt en gewaardeerd? Uiteindelijk gaat het daar toch om: beter onderwijs dat aansluit op de behoeften van de arbeidsmarkt. Suriname kan dat heel goed gebruiken.

Jan Westenbroek

Jan Westenbroek was jarenlang docent Nederlands in het mbo, decaan en adjunct-directeur, auteur van een drietal methodes voor het mbo en bijna 15 jaar actief als educatief uitgever. Tegenwoordig houdt hij zich bezig met de ontwikkeling van arrangementen en on- en offline methodeconcepten en ondersteunt hij uitgevers en directie van Edu'Actief met onderwijskundig advies.

0 reacties

Nog geen reacties

Reageer als eerste.

Reageer